Kennisplein

Over pinda's gesproken

Posted 16/08/2014 14:11:16

Wat kunnen we als maatschappij doen om de vraag over verwijtbaarheid van gedrag van ondernemingen in een zo vroeg mogelijk stadium helder te beantwoorden? 

Juridische uitspraken bieden juristen belangrijke aanknopingspunten bij het uitoefenen van hun vak. Vernieuwingen en koerswijzigingen beginnen soms spontaan met een uitspraak van een rechterlijk college.

In dit eerste Legal Accountability blog leggen we zo’n uitspraak aan je voor: het pinda-arrest.

(Wil je het arrest nalezen? HR 02-02-1993, NJ 1993, 476 Arrest Aflatoxinepinda’s http://archive.today/Dg2m9)

Waarin ligt de vernieuwing die met deze uitspraak wordt ingeluid?

Het strafproces waarover het pinda-arrest gaat, start op het moment dat de Keuringsdienst van Waren bij de onderneming een monster van uit het buitenland geïmporteerde pinda’s neemt. Bij bestudering van het monster wordt duidelijk dat er een te hoog gehalte aflatoxine in het monster aanwezig is. En dat is verboden en strafbaar.

De Keuringsdienst van Waren maakt proces verbaal op en de zaak wordt aan de rechter voorgelegd.

De advocaat van de onderneming brengt in het strafproces naar voren dat de onderneming alle mogelijke voorzorgsmaatregelen heeft genomen. Zo stelt de ondernemer zich op de hoogte van de controles die in het land van herkomst worden gehouden. Hij zorgt dat de pinda’s in schone en droge containers worden vervoerd. Bij aankomst in Nederland worden de pinda’s opnieuw gecontroleerd door een erkend instituut, en daarna opgeslagen in geschikte panden. Voordat de onderneming de pinda’s aan haar klanten aflevert worden ze nog een keer gecontroleerd op vreemde bestanddelen.

Nu kun je deze voorzorgsmaatregelen op twee manieren meewegen in het oordeel over het gebeurde.

In de eerste weging zou je populair gesproken zeggen: eigen schuld, dikke bult. Dan moet je maar geen pinda’s uit verre landen invoeren. Als je dat doet neem je het risico dat er iets fout gaat op de koop toe. Zo keek de rechter die in eerste instantie over de zaak moest oordelen. Hij oordeelde dat het aantreffen van de aflatoxine in de bemonsterde pinda’s aan de onderneming te verwijten was, ook al had de onderneming de maximale van haar te vergen zorgvuldigheid in acht genomen. De rechter legde de onderneming geen straf op, maar zijn uitspraak legde wel de schuld van het incident volledig bij de onderneming.

In de tweede weging ligt het accent eerder op de vraag of er eigenlijk wel sprake is van verwijtbaar gedrag. Als je als ondernemer alles hebt gedaan wat in redelijkheid van je gevraagd kan worden, is er dan nog sprake van schuldigheid?

De Hoge Raad heeft als hoogste rechter op deze tweede manier geoordeeld over het doen en laten van de onderneming.

In haar oordeel komt de Hoge Raad tot de conclusie dat aan deze onderneming, waarvan duidelijk is dat deze maximale zorgvuldigheid heeft betracht, in redelijkheid geen verwijt kan worden gemaakt van de aanwezigheid van de aflatoxine. Er is geen sprake van schuld, en dus hoeft er ook geen straf opgelegd te worden.

De Hoge Raad slaat hiermee een interessante koers in. Een onderneming die kan aantonen dat zij maximale zorgvuldigheid in acht neemt, hoeft geen straf te vrezen.

Het pinda-arrest laat ons nog wel achter met een vraag: hoe zit het met de tijd?

De monstername vond plaats op 9 mei 1989. Het arrest van de Hoge Raad is gedateerd 2 februari 1993.

Dat betekent dat er een periode van bijna 4 jaar is verstreken waarin de ondernemer geen zekerheid heeft gehad over de vraag in hoeverre hij zorgvuldig en verantwoord handelde.

Uit een oogpunt van rechtsbescherming biedt het recht in procedures uiterste zorgvuldigheid. De keerzijde hiervan is dat er geruime tijd kan verstrijken voordat over een zaak door de rechter in hoogste instantie een uitspraak wordt gedaan.

Bij bedrijven blijkt  juist een grote behoefte te bestaan aan duidelijkheid en voorspelbaarheid aan de voorkant; dat wil zeggen bij het inrichten van bedrijfsprocessen en het ontwikkelen van voorzorgsmaatregelen.

Daar speelt de vraag waarmee dit artikel begint:

Wat kunnen we als maatschappij doen om de vraag over verwijtbaarheid van gedrag van ondernemingen in een zo vroeg mogelijk stadium helder te beantwoorden? 

Heb je hier ervaring mee of ideeën over? 

Je reactie is welkom. Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn.
Meld je hier aan.

  • Inge Knoope zegt:
    Dankjewel voor dit artikel. In het strafrecht wordt gezegd dat het feitelijk handelen (of nalaten) wordt gestraft, niet de intentie. In dit verhaal levert de “goede” intentie van de onderneming (het systeem) eigenlijk een bonus op: goede intentie pleit de onderneming vrij van schuld. Dit prikkelt om uit te zoeken of er niet veel meer voorbeelden van bestaan. En het prikkelt om na te denken over intentie en verantwoordelijkheid.
    • Henriette Gelinck zegt:
      Inge,

      De verbinding recht, bewustzijn en gevoel ligt niet direct voor de hand. Zullen we die eens op de kaart zetten?
  • Mariëlle Jansen zegt:
    Als dit artikel bijdraagt aan een beweging om mensen en bedrijven uit te nodigen tot oprecht en integer handelen, kan er een verbinding ontstaan tussen recht, bewustzijn en gevoel. Dit kan positieve gevolgen hebben in onze maatschappij en in de wereld. Ik heb vaak gedacht dat het recht vooral gebaseerd is op de ratio. Na het lezen van dit artikel realiseerde ik me dat recht ook met gevoel te maken heeft. Dank je voor het inzicht.
    • Henriette Gelinck zegt:
      Marielle,
      Ik zie het als een mooi resultaat wanneer Legal Accountability bijdraagt aan het bijstellen van stereotiepe beelden over het recht.